Ik ben vast niet de enige die nauwelijks kan geloven dat ik John nooit meer deze kerk zal zien binnenstappen. He owned the place. Niet op een bezitterige of bazige manier. Absoluut niet. Hij gedroeg zich tegenover iedereen als een uiterst hoffelijke gastheer. Hij kweet zich van talloze taken met een monterheid die je de indruk gaf dat niets hem moeite kostte, en dat niets hem te veel was. Het was misschien vanwege zijn klaarblijkelijke liefde voor deze kerk dat je het gevoel kreeg dat die hem een beetje toebehoorde.


En John had zijn sporen verdiend. Hij heeft ongelooflijk veel gedaan. Hij was bestuurder, koster, acoliet, opleider van misdienaars, beheerder van het Pastoraal Centrum, hij leidde de zaken in banen bij concerten en evenementen, hij zat in de caritaswerkgroep, was betrokken bij de organisatie van bedevaarten in Renkum, hij zong in verschillende koren, en waarschijnlijk vergeet ik nog allerlei dingen.
Hij wist als geen ander wat er nodig was om een kerk draaiende te houden, en lette op alles wat er gebeurde. Ik heb laatst wat van de mails doorgekeken die hij gestuurd heeft in de jaren dat ik voorzitter van de locatieraad was. Als er ergens iets niet goed liep, of het nu iets met het secretariaat was, met een koor, of wat dan ook, dan liet hij het weten. Hij was iemand die altijd naar oplossingen zocht, en ook verwachtte dat anderen dat deden. Je zou ook kunnen zeggen dat hij zich druk maakte over van alles; en waarschijnlijk heeft zijn hart daaronder geleden. Maar hij heeft, zo lijkt het, vooral zichzelf blootgesteld aan zijn neiging om zich op te winden over wat hij als misstanden zag. Als hij zich getergd voelde, kon hij behoorlijk stellig zijn, maar hij bleef altijd redelijk en beleefd. En hij was altijd bereid te luisteren. Ik heb hem ook nooit kwaad horen spreken over iemand, zelfs niet toen hij zelf het mikpunt werd van kwaadsprekerij, en een paar keer op het punt stond het bijltje erbij neer te gooien. Gelukkig is het niet zo ver gekomen, en bleef hij nog jaren actief.
Ik ben benieuwd hoe hij de dingen in het hiernamaals gaat regelen.
Ik heb met heel veel plezier met John samengewerkt. Dat plezier was extra groot doordat we elkaars humor konden waarderen. En als er iets speelde waarbij morele principes in het geding waren, dan waren halve woorden genoeg om het eens te worden over de aard van het probleem, en over wat er gedaan moest worden. Het was nooit moeilijk om John ertoe te bewegen ergens in de bres te springen als dat nodig was. Hij was een uiterst sociaal-bewogen mens. Hij heeft ook een belangrijke rol gespeeld bij het versterken van het draagvlak voor de internationale groep. Of hij zich daarvan bewust was, weet ik niet. Hij vond het waarschijnlijk vanzelfsprekend wat hij deed. Maar ik ben hem erg dankbaar voor zijn inzet op dit gebied.
Ik zei daarstraks, John gaf je een beetje het idee dat de kerk hem toebehoorde. Daar staat tegenover dat wij dachten, en ik denk dat ik namens velen spreek: John is een beetje van ons.
We zullen hem missen. Zijn energieke en joviale aanwezigheid, zijn enorme betrokkenheid, zijn helderheid van geest, zijn doenersmentaliteit, zijn grappen. En zijn unieke welbespraaktheid. Zijn stem klonk alsof hij de woorden als edelstenen nog even bijsleep. Toen ik hem een paar weken geleden voor het laatst zag in het hospice, was het pijnlijk te zien dat hij nog maar een schim was van zichzelf. Maar hij bleef even zorgvuldig formuleren als altijd. Iets anders dat gebleven was, getuige de verhalen die hij vertelde, was zijn interesse voor mensen. Ik zal nooit vergeten dat hij een keer bij mij thuis was, in de Nieuwstraat, en precies uitlegde wie in zijn jeugd waar gewoond had, en wat er met wie gebeurd was. Je gunt het iedereen zo in een anders herinneringen voort te leven.
Voortleven in onze herinnering, dat is het enige dat wij John nu kunnen bieden – naast gebeden. Want als katholieken geloven we dat hij niet alleen op ons is aangewezen. Dit is een troostrijke gedachte, maar die neemt het gemis natuurlijk niet weg. En John zal, meer dan door wie ook, gemist worden door zijn dierbaren: Marianne, de kinderen, en de kleinkinderen. Ik wens jullie veel sterkte in de komende tijd. Maar ik hoop dat jullie gemis ook gemengd zal zijn met dankbaarheid.
Zoals gezegd, deze geloofsgemeenschap is John dankbaar voor heel veel. Er is vorig jaar een pauselijke onderscheiding voor hem geregeld, om duidelijk te maken hoezeer zijn inzet werd gewaardeerd. Gelukkig is niet alleen de onderscheiding, maar ook de boodschap nog tot hem gekomen, net voor zijn laatste lijdensweg begon. Zelf ben ik ook gewoon dankbaar voor het feit dat ik John heb mogen kennen.

Requiescat in pace.