RK Wageningen

Zaterdag, 14 december 2019

Losse artikelen

Geloofsgemeenschap

RK Geloofsgemeenschap Wageningen

 

Johannes de Doper kerk

In onze parochie is sinds een aantal jaren een ontwikkeling aan de gang waarin de parochie steeds meer zelf de verantwoordelijkheid gaat dragen voor pastorale en andere taken. De parochie wil een werkelijk christelijke gemeenschap van gelovige mensen zijn, staand in de katholieke traditie, met een open houding naar de stad om ons heen en de snel veranderende wereld waarin wij leven. Samen met onze pastores en de vele vrijwilligers proberen we door een breed scala aan activiteiten en diensten te werken aan de opbouw van onze parochie en er zorg voor te dragen dat het evangelie van Jezus Christus in Wageningen in woord en daad gestalte kan krijgen.

Lees meer...  

Oecumene, eenheid onder de Christenen: Waarom is er zo weinig vooruitgang?

CRITICUS:  De oecumene, de beweging naar eenheid onder de kerken, gaat veel te langzaam. Vooral de Katholieke kerk blijft maar rekken. We hebben hetzelfde doopsel. Waarom zouden we niet bij elkaar de communie ontvangen? Dat zou toch een prachtig teken zijn van        verwelkoming én van eenheid. We hebben dezelfde Christus. Er is maar weinig verschil. Als iedere gezindte wat minder strikt en wat meer toegefelijk wordt in de regels, de liturgie en de leer, dan zullen we spoedig EEN kerk zijn. Christus wil toch deze eenheid? 

       We moeten waarlijk  blij zijn met  de beweging naar eenheid onder de kerken. Het Griekse woord voor kerk, EKKLESIA, betekent ‘samengeroepen’. Inderdaad was  eenheid de wens van Jezus , en Hij bad ervoor:  “Ik bid ook voor hen (…) die in Mij geloven:  dat zij allen één mogen zijn. Zoals U, Vader in Mij bent en Ik in U, zo moeten zij in Ons zijn, zodat de wereld kan geloven dat U Mij hebt gezonden.” (Johannes 17, 21) En hoe zouden we die mooie tekst in de brief van de apostel Paulus aan de Efesiërs kunnen vergeten?  “Ik vraag u...elkaar liefdevol te verdragen, vol ijver om de eenheid van de Geest te behouden door de band van de vrede: één lichaam en één Geest, zoals u ook geroepen bent tot één hoop, waarvoor Gods roeping borg staat. Eén Heer, één geloof, één doop. Eén God en Vader van allen, die is boven allen, met allen en in allen.”  (4, 2-6) Het  verlangen naar eenheid onder de kerken is ook sterk benadrukt door het Tweede Vaticaans Concilie (1962 – 1965) in het ‘Decreet over de Oecumenische Beweging’ (Unitatis Redintegratio). En al eerder bevorderd door de Wereldraad van Kerken. Het is een niet te stoppen proces. En inderdaad, we zouden wel willen dat het vlugger beweegt. Je kunt dit echter niet forceren, want er zijn nogal wat principiële verschillen.

       Het is zeer te betreuren, het is zeer zondig geweest dat er scheuringen zijn gekomen in het ene Lichaam van Christus; bijvoorbeeld de breuk door het Arianisme in de 4e eeuw,  en de breuk met het Oosterse Christendom in 1054 A.D. en in de 16e eeuw de Reformatie. De schuld kwam natuurlijk van beide kanten. Wij die eeuwen later leven hebben daar geen schuld aan. Toch was het heel goed van de paus om publiekelijk vergiffenis te vragen voor die scheuringen en de wreedheden van de vervolgingen die ermee gepaard gingen. De paus deed dat op 12 maart 2000.

       We hoeven trouwens ook niet te vereisen dat ALLES precies één wordt. Het Christendom was van het begin af aan veelkleurig. Daar had je bijvoorbeeld de spiritualiteit van Paulus die een andere was dan die van Johannes. We mogen blij zijn met zulke veelzijdigheid in de kerk, want op deze manier kunnen we elkaars leer verrijken en kunnen we ook leren van elkaar. Dat is de eeuwen door zo geweest; denk bijvoorbeeld aan Oosterse  en Roomse Katholieken, Mystieke stromingen. Tot in onze tijd gaat dit door, bijvoorbeeld de  Charismatische Beweging.

       Maar met wezenlijke of fundamentele  verschillen hebben we die vrijheid niet!  Bijvoorbeeld de  sacramenten, en andere basis punten van de openbaring. Het is niet juist om daar naar eigen keuze aan te futselen. Neem de heilige Communie. Als je die ontvangt in een katholieke viering, dan belijd je dat je gelooft in de waarachtige tegenwoordigheid van Christus en dat het brood dat je nu ontvangt het lichaam van Christus is. Als je daar niet in gelooft, heb dan het respect, ja, heb dan de eerlijkheid om niet ter communie te gaan. Anders belijd je wat je niet gelooft. We gaan alleen maar verder van ons doel af als iedere gezindte  wat water bij de wijn gaat doen, om zodoende meer hetzelfde te worden.

       Het feit dat er duizende verschillende zienswijzen zijn, en gebruiken en liturgische handelingen hoeven we niet zonder meer als negatief te beschouwen. Beschouw het positief:  we kunnen dit alles respecteren, ja, bewonderen, er van leren en er geestelijk van profiteren. Oecumenische diensten zijn dus aanbevolen….zonder eigen leerstellingen en liturgie op te geven.

       Om tot een hechtere eenheid te komen is het belangrijk dat we samenwerken op allerlei gebieden van dienstverlening. Bijvoorbeeld:  hulpverlening aan vluchtelingen en asielzoekers, zieken en gehandicapten  of andere hulpbehoevenden. Dit geldt dus voor iedereen en niet alleen voor dominees, pastores of theologen. Die hebben veelal hun eigen taken in de oecumene: theologische discussie. Om een paar mooie voorbeelden  te geven: Rome en de Lutherse kerk zijn nog niet zo lang geleden tot een gezamenlijke verklaring van geloofspunten gekomen. Een goed initiatief is ook het Manifest van Eenheid  dat in 2013 getekend werd in Hilversum door enkele protestantse groeperingen en een katholieke bisschop. Dialoog op wetenschappelijk niveau is iets dat heel langzaam gaat. Maar hopelijk in de toekomst toch iets vlugger.

       Een andere uitermate voorname vereiste voor oecumenische groei is wat het Vaticaans Concilie noemt: “een innerlijke ommekeer om zuiverder volgens het evangelie te leven” (UR 7) want het is de ontrouw van de leden aan de gave van Christus die scheiding teweeg brengt. Met schandalen gaan we de verkeerde kant op. Zien de mensen, vooral de jongeren, dat wij christenen zijn? We mogen ook vooral ons GEBED niet vergeten:  persoonlijk gebed en natuurlijk gemeenschappelijk gebed met onze christelijke medebroeders en zusters.

       Het feit dat de geloofsgemeenschappen bezig zijn in crisis te geraken onder andere  door de geleidelijke leegloop van onze kerken, is een sterk argument voor eenwording. SAMEN  staan we sterker. We kunnen elkaar steunen. Veel verschillen zijn alleen maar cultureel en miniem;  zoals de manier waarop de naam  CHRISTUS wordt uitgesproken, ofwel de manier waarop we HEER of HERE schrijven.  Maar ze kunnen wel echte barrières  voor eenheid vormen. Om met Bisschop de Korte te eindigen: “Zulke culturele barrières  mogen onze oecumenische inzet niet verlammen. Juist nu we leven  in een seculiere meerderheidscultuur, is het extra belangrijk dat alle Christusbelijders elkaar herkennen en erkennen. Gezamenlijk zijn wij geroepen mensen voor Christus te winnen. De Geest van God kan ons (…) enthousiast maken.” (Bouwen in vertrouwen, blz 166)

Zonde en bekering. Daar praat toch niemand meer over tegenwoordig?

 

CRITICUS:  Zonden begaan? Dat doen toch alleen criminelen. En als wij zondigen  dan is God zo barmhartig dat hij ons snel vergeeft. We horen veel over Gods liefde; en zou hij dan voortdurend eisen dat wij onze zonden belijden en om vergiffenis vragen?  Dat   schijnt hij toch wel te doen in de Mis. We horen  te veel van ‘boete doen’ of anders  ‘straf van God’  Wij zijn toch allang vergeven. God is liefde. Hij praat niet over zonde, schuld of straf.  Dus geen berouwvol kloppen op de borst meer  in de liturgie, maar vrolijk vieren.

Je kunt over zonde en schuld wel luchtig praten, en dat wordt veel gedaan in onze tijd, nu het zondebesef  gedaald is op weg naar het minimum. Maar zonden zijn een harde realiteit die niet te kleineren valt. Jezus noemt een onaantrekkelijk rijtje in Marcus (7,20-23): “Wat uit de mens komt, dat maakt de mens onrein. Want van binnenuit, uit het hart van de mensen, komen de kwade gedachten, ontucht , diefstal, moord, overspel, hebzucht, gemeenheid, bedrog, bandeloosheid, jaloezie, laster, hoogmoed, lichtzinnigheid. Al deze slechte dingen komen van binnenuit en maken de mens onrein.”  We zouden dit rijtje nog veel langer kunnen maken met kwaad dat we rondom ons of op de media zien en horen:  bomaanslagen op onschuldige burgers, mensenhandel, seksueel misbruik van kinderen, en zo veel andere overtredingen tegen God en tegen de menselijke natuur.

We mogen ook echt wel de vinger naar onszelf wijzen. Is ons geweten gevoelig genoeg om goed en kwaad te onderscheiden? Om slechts enkele zonden van verzuim  te noemen: Heb ik echt eerbied voor God en bedank ik hem genoeg voor al zijn goede gaven, zoals mijn gezondheid, talenten, familie en vrienden?  Dus bid ik voldoende? Vooral op zondag? Geef ik genoeg liefde en zorg voor mijn familie?  Na ruzie heb ik naar verzoening gezocht? Ben ik eerlijk in mijn geldzaken?  Enzovoort. Zondigen gebeurt niet alleen in daden en in het verzuim ervan, maar nog meer in gedachten en begeerten. Dat las je zojuist in de woorden van Jezus hierboven.

Ernstige vergrijpen ofwel doodzonden tegen God  of onze naasten gebeuren niet zomaar; daar is wel wat voor nodig. Eerstens, het moet een ernstige zaak zijn. Tweedens, de dader is daar wel degelijk van bewust. En ten derde, hij of zij wil zelf echt die slechte daad doen. Uit vrije wil dus, en  niet geforceerd door een ander. Meestal gaan onze vergrijpen over kleine zonden oftewel dagelijkse zonden. Maar pas op; geen flirten ermee, want ze verminderen de liefde tot God en vaak tot  onze naaste; en ze leiden zo gemakkelijk geleidelijk tot  doodzonden. Voor dagelijkse fouten geldt dus ook: Bekeer u en vraag om vergeving.

De betekenis van zonde wordt al tamelijk duidelijk gemaakt in de eerste bladzijden van de bijbel, als we door de letterlijke gebeurtenissen heen naar de eigenlijke zin durven zoeken. We zien dan in het paradijs een opstand tegen God. De mens wil zijn eigen IK  boven God stellen; hij wil zelf als God zijn. Dat is ook de betekenis van ‘de boom van de kennis van goed en kwaad’ waar de mens van at, namelijk ons geweten dat goed of kwaad zelf wil bepalen naar eigen keuze. Deze poging om zijn eigen wil en keuze boven God te stellen, is de eerste zonde, en het is ook de kern van elke ernstige zonde in de hele wereld.

Een ernstige zonde is een ernstige belediging van God. Het is ook veelal een vergrijp tegen onze naaste, tegen de mensheid of tegen het milieu. Bovendien is het een zware slag toegediend aan onszelf: Onze schitterende waardigheid van kind van God ofwel de heiligmakende genade in ons  wordt vergooid. Dat stralende leven van God in ons verdwijnt. Wee ons als we weigeren ons te bekeren en in die toestand sterven. Wie wil in die staat voor eeuwig blijven: gescheiden van God die de bron van onvergankelijk  geluk voor ons wilde zijn?  God heeft er de grootste hekel aan om iemand te veroordelen. Veel liever  beloont hij met een gelukkig en onvergankelijk leven. Maar wij kunnen door eigen schuld uit vrije wil hem voor eeuwig de rug toe keren. Dat is ongeveer wat hel betekent. Dan is het dus niet God die straft maar de mens zelf. Maar laten we zelf niemand oordelen of veroordelen, want wij weten niet wat er diep in een mens omgaat. Alleen God weet dat, en eens zal hij iedereen oordelen.

God is zo liefdevol en zo barmhartig dat hij staat te popelen om ons weer in zijn armen te omhelzen, zoals hij doet in het mooie verhaal van de Verloren Zoon. (Lucas 15) Maar  hij is geen goedzak die alles zomaar goed vindt. De mens moet zelf, zoals de Verloren Zoon, terugkeren naar zijn Vader. Hij moet  zich bewust zijn dat hij fout zit, berouw hebben ofwel zich bekeren en de Vader om vergeving vragen. Dat kan op verschillende manieren gedaan worden. Een heel voorname is  het sacrament van verzoening, de biecht;  dat prachtige geschenk dat Jezus ons gegeven heeft op de dag van zijn verrijzenis uit de dood. (Johannes 20, 21-23) Een heel goede gewoonte is een dagelijks gewetensonderzoek: jezelf even in stilte afvragen: Hoe is de dag verlopen? Wat heb ik voor goeds gedaan? Wat voor verkeerds?  Wat voor goeds heb ik nagelaten? Daarna berouwvol en nederig vergiffenis vragen.

Natuurlijk kan God ons ook op andere manieren vergeven, zoals wanneer wij er om vragen in de Eucharistie. Daar past Jezus zijn verzoenend lijden op ons toe en zegt: “Dit is mijn bloed dat voor u en alle mensen wordt vergoten tot vergeving van de zonden.” Nee, niet te luchtig praten over het kwaad in de wereld en in ons. Christus heeft deze vreselijke bederfelijke last op ZIJN schouders gedragen: de zonde van de eerste mens tot aan onze zonden, ja, tot die aan het einde van de wereld. Hij heeft ze al voor ons uitgeboet, en zo voor elk schepsel de weg gebaand terug naar de Vader en naar de gemeenschap van zijn kinderen de kerk. Alles wat wij te doen hebben is omkeren, terugkeren, bekeren.

Toen de Verloren zoon teruggekeerd was naar zijn vader was er een groot feest.. Wanneer wij vergeven zijn en weer verzoend met God en met elkaar, dan, ja dan is er reden tot feest vieren en vrolijk zijn. Jezus zegt het ook in hetzelfde verhaal van Lucas: “Er is meer vreugde in de hemel over één zondaar die zich bekeert dan over 99 anderen die geen bekering nodig hebben.” We vieren vooral het feest van Pasen uitbundig: Christus verrezen uit het graf; en wij uit ons zinloos bestaan naar nieuw leven, stralend met het Leven van Christus.

Kerk sluiten.. de geloofsgemeenschap ook? Hoe kan ons geloof in Gods naam overleven?

 

CRITICUS:  De ene na de andere kerk wordt aan de eredienst onttrokken en verkocht, niettegenstaande protestacties soms, of goede burger-initiatieven om de kerk te behouden. En het geld gaat naar de hoofdparochie. De meeste parochianen vinden het te bezwaarlijk om naar een andere kerk te gaan. Te ver, zeggen ze; of: Ik heb daar geen vrienden. Ze stoppen ermee. Veel vrijwilligers ook. En ik ook. De hele geloofsgemeenschap begint te verbrokkelen en te verdwalen. Kunnen we dan geen christelijke gemeenschap behouden van mensen die samen het geloof vieren en elkaar steunen in ziekte en dood?

De situatie, zoals Criticus die beschrijft, is op veel locaties jammer genoeg een feit. Ik kan moeilijk iets zeggen over de sluiting van kerken. Dat laat ik aan anderen over. Maar ik wil hier iets zeggen over het behoud van het geloof en de gemeenschapszin van de getroffen geloofsgemeenschappen. Dat doe ik door iets te vertellen over het behoud en de groei van christelijke gemeenschappen in Maleisië, waar ik vele jaren gewerkt heb. De situatie daar is niet in alle opzichte het zelfde als hier, maar wel in grote lijnen, genoeg om er iets van te leren.

      GELOOFSGEMEENSCHAPPEN IN MALEISIË.

–   Er is één ‘Hoofdstatie’,  met de Parochiekerk, waar de Eucharistie regelmatig gevierd wordt.
–  Er zijn veel ‘Buitenstaties’ waar wekelijks een eenvoudige woorddienst is in  een kerkje, dorpshuis , longhouse of op een andere geschikte plaats. Deze dienst is gewoonlijk op zondagmorgen, behalve als de plaats dichtbij de hoofdstatie  gelegen is, want dan is er gelegenheid  voor de gelovigen om naar de parochiekerk te gaan als ze dat kunnen.
–   Een vrijwillige ‘Gebedsleider’ leidt de viering  bijgestaan door andere vrijwilligers  die de lezing van het evangelie doen enzovoort. Er is geen preek, behalve wanneer de gebedsleider er een ontvangt van de pastoor. De eerste collecte gaat naar de hoofdstatie. Dat helpt om de band met de parochie te versterken. De tweede collecte wordt door de locale gemeenschap beheerd. Dat voedt het gevoel dat zij een mondig en verantwoordelijk deel van de Kerk zijn, en volledig bestaansrecht hebben.
–  Gebedsleiders verrichten ook andere diensten in de gemeenschap zoals bidden voor zieken, en zo nodig uitvaarten. Op enkele speciale dagen worden alle gelovigen op de hoofdstatie verwacht. Sommige vrijwilligers met een boot of auto stellen zich beschikbaar om ouderen te vervoeren.
–  Soms komt de pastoor om de Eucharistie te vieren en de gelovigen van andere pastorale behoeften te voorzien. Hij helpt om  vragen over leven en dood,  zingeving en geestelijk leven te bespreken. Hij  bespreekt ook de activiteiten en projecten in de parochie.
–   De hele lokale gemeenschap ontvangt een korte opleiding van drie dagen of een aantal avonden om een beter begrip te krijgen van hun geloof en  hun kerkelijk leven. Op het einde van deze cursus kiezen zij hun gebedsleider(s), voorzitter en andere leden van hun locatieraad. Zo leren ze weer meer verantwoordelijkheid voor de beleving van hun geloof. De  gebedsleiders moeten daarna wel beëdigd worden door de pastoor.
–  Gebedsleiders krijgen een extra opleiding van enkele dagen per jaar aangaande liturgie, bijbel, diaconie en geestelijk leven.

Woorddiensten zoals hier beschreven zijn niets nieuws. Ze worden al ettelijke generaties gedaan   in duizenden  afgelegen dorpen in Zuid-Amerika, Afrika en Azië; ik  vind wel dat ze meer bekendheid en waardering verdienen.

      RESULTAAT;

*  De christelijke gemeenschap blijft behouden; zelfs nadat hun kerkgebouw weggedaan is. De gemeenschap is toch belangrijker dan het gebouw!
* Het geloof heeft aldus veel meer kans van overleven. Waar dergelijke wekelijkse woordvieringen ophielden, hield  vaak de christelijke praxis op, en langzamerhand ook het katholieke geloof.
*  Tezamen is er  steun aan elkaar in droeve tijden, en vreugdevolle viering op feestdagen. Er is saamhorigheid.
*  Er is hechte binding met de hoofdstatie, EN  tegelijkertijd een mate van zelf-beschikking. Dat past goed in onze moderne mentaliteit.

 

       HOE BEREIDEN WIJ ONS VOOR OP DEZE WIJZE VAN KERK-ZIJN?

Zoek tezamen naar oplossingen voor vragen als deze:

  1. Hoe zal zo’n woorddienst verlopen in onze situatie?
  2. Waar kunnen wij een geschikte ruimte vinden, niet te duur in onderhoud, verwarming enzovoort.
  3. Hoe gaan we dagen of avonden van opleiding geven over geloof, gemeenschaps-beleving, geestelijk leven enz. voor alle gelovigen? En dan gebedsleiders en andere leiders kiezen? Die worden dan bevestigd en gezegend door de pastoor.
  4. Kunnen we mensen vinden die opleiding kunnen geven aan de gebedsleiders en andere leiders?

            WAT IS ER NOG MEER NODIG?

  We hebben hier vooral één aspect besproken van de vorming van een geloofsgemeenschap,  namelijk de wekelijkste viering van de liturgie. Er zijn echter nog vele andere aspecten nodig om het geloof te bewaren en te doen bloeien in locaties waar de kerk gesloten is: gezonde catechese en verkondiging, diaconie en zorg voor ouderen en jongeren, voor zieken en mensen in de verdrukking enz. Iedere gedoopte heeft zijn eigen charisma om de kerk op te bouwen zonder in klerikalisme te vallen.  Er wordt over gediscussieerd in veel parochies aan de hand van een boek zoals: ‘ALS GOD RENOVEERT’ door J. Mallon.  Ik stel voor om deze dingen ook te bespreken en toe te passen in ‘kerkloze’ locaties. Zo komen ook zij tot bloei, en zo voorkomen wij misschien dat het geloof van onze vaderen verdampt in zulke locaties, en alleen te vinden is in de Centrale parochie.

     Ik citeer uit het boek  ‘Als God Renoveert’. Redenen waarom katholieke jongeren in Zuid-Amerika de kerk verlaten: ze vinden niet in de kerk maar wel elders: ‘betekenisvol gemeenschapsleven waarbinnen mensen worden geaccepteerd en zich gewaardeerd en opgenomen voelen in de  Kerk.’(blz. 46)

Jezus Christus, een mens voor onze wereld. Maar is hij ook goddelijk?

CRITICUS: Iedereen neemt wel aan dat Jezus van Nazareth een historische persoon was; zoon van Maria en Jozef de timmerman, een rondtrekkende rabbi of goeroe, zeer sociaal bewogen, begaan met zieken en verdrukten. Hij kreeg zo veel bewonderaars die in die tijd een messias verwachtten, dat hij zichzelf als messias begon te voelen. De groep van eerste Christenen gingen een stap verder en maakten hem goddelijk: de zoon van God. Jezus is niet echt Gods zoon. Maar hij is slechts een mens. Wel een die zich boordevol voelde met Gods wezen. Wij gewone mensen hebben veel minder van die goddelijke goedheid. Jezus wil daar iets aan doen: ons redden en ons meer verenigen met God. Als we beweren dat er maar één God is, waarom zeggen we dan dat Jezus God is?

Het hele evangelie van begin tot einde,  waarvoor de apostelen bereid waren hun leven te geven, vertelt ons dat de Zoon van God die van alle eeuwigheid bij de Vader is,  gezonden is door God om ons te verlossen. De Geloofsbelijdenis van Nicea dat al vele eeuwen beleden is in christelijke zondag vieringen, somt het aldus op:

      Ik geloof….in één Heer Jezus Christus, eniggeboren  Zoon van God,
      voor alle tijden geboren uit de Vader.
      God uit God, licht uit licht, ware God uit de ware God.
      Geboren, niet geschapen. Één in wezen met de Vader,
      en door wie alles geschapen is.
      Hij is voor ons mensen en omwille van ons heil uit de hemel neergedaald.
      Hij heeft het vlees aangenomen door de heilige Geest
      uit de maagd Maria, en is mens geworden.

Dus de oneindige almacht, wijsheid en liefde van de Vader zijn ook die van de Zoon. Dat betekent dat de hele goddelijke natuur of  “wezen” van God de Vader is eigen aan de Zoon. Een in wezen met de Vader: dat is oneindig veel meer dan wij één zijn met God..
Als we JEZUS Christus aannemen enkel en alleen als een sociaal bewogen barmhartige mens, leraar of profeet, kunnen we ons niet echt  ‘Christen’ noemen.

Alphacursus Wageningen voor studenten

Is er meer? Wie is Jezus? Wat is het nut van Bijbellezen? Vragen waar studenten, misschien wel die u kent, mee rondlopen. Voor hen wordt, ook dit jaar weer, een Student Alpha cursus georganiseerd. Een korte ‘spoedcursus’ in het christelijk geloof. Een prachtige kans dus om studenten kennis te laten maken met God, en een plek te bieden waar ze met hun vragen terecht kunnen. Kent of spreekt u een student die geïnteresseerd zou kunnen zijn in deze cursus? Verwijs ze vooral door naar onze Facebookpagina of . Als u meer vragen heeft, of ons op een andere manier wilt ondersteunen kunt u hier natuurlijk ook terecht.

Voltooid leven: Mogen we ons leven beëindigen als het geen zin meer heeft?

 

      CRITICUS:  Er is een wetsvoorstel van onze eigen ministers over zelfbeschikking tot  beëindiging van ‘voltooid’ leven. Die wet gaat uit van het principe van persoonlijke autonomie; iedere mens is heer en meester van zijn eigen leven EN eigen dood. Deze wet wordt natuurlijk omgeven met voorzichtige  voorwaarden, zoals hoge leeftijd, een stervenshulpverlener moet eerst gesprekken voeren, een onafhankelijke deskundige  moet elk geval beoordelen, enz. Dit zal een welkom antwoord zijn voor mensen die het leven moe zijn vanwege stress of gebroken relaties of onvermogen  om nog voluit mee te draaien in de samenleving of familie enzovoort. Wat is dan nog de zin van het leven? Waarom nog verder leven? ‘Mijn leven is voltooid. Ik stap er uit’.

 

      Zijn wij echt heer en meester van leven en dood? We hebben het leven als een kostbare gave, ja,opgave, gekregen van het prille begin tot het einde, en we dragen daar verantwoordelijkheid voor.

      Als deze wet er door komt staat ze meteen op een hellend vlak. Strikte voorwaarden worden al gauw lakser en lakser. Niet alleen ouderen maar mensen van alle leeftijden gaan er om vragen als ze het leven moe zijn om een van de vele redenen die men kan ervaren. De wet wordt voor velen een aantrekkelijk aanbod, en aanbod creëert vraag. Het wordt steeds gewoner en banaler, zoals al eens te zien was op TV:  Je loopt de hoek van de straat om, je koopt je poedertje, en wanneer je ervoor klaar bent, meng je het zelf en drink het op...en stap uit het leven... We kunnen zo een vloed van zelfdoding verwachten. En onze geweldige Europese cultuur kan een ‘cultuur van de dood’ worden, als we zo doorgaan.

      Ik bagatelliseer het lijden niet dat velen te dragen hebben; ook psychisch lijden zoals  angst, eenzaamheid, gevoel van zinloosheid, gebroken familierelaties. Jammer genoeg vinden dan velen zelfdoding  de beste oplossing. Ik heb geluisterd naar mensen die vonden dat het afscheid voorafgaand aan euthanasie of zelfdoding heel troostrijk kan zijn voor de nabestaanden. Het was voor hen een mooie herinnering. Gelukkig zijn er ook andere geluiden.

      De vraag over beëindiging van ‘voltooid leven’ is een levensvraag, en die moeten we niet uit de weg gaan. Ons geloof is gelukkig voor velen een geweldige steun. In de Bijbel vinden we aanknopingspunten die kunnen helpen. Neem bijvoorbeeld psalm 31 toegeschreven aan koning David. Die voelde zich ellendig. “Heer, ik zit in nood; mijn keel, mijn lijf, mijn ogen, zij moeten in droefheid verzwakken; van zuchten krimpen mijn jaren, en heel mijn gestel droogt uit. Ik ben vergeten, als een dode, weg uit het hart, als een kruik die in scherven ligt.” Hij vraagt niet om er een einde aan te maken, maar geeft zich over in

Gods hand. Die overgave aan God, en niet zelf heer en meester van het leven te zijn, dat moeten we allemaal leren. En aan God vragen. Zo kunnen we een schitterend en onvergankelijk leven verkrijgen.

      De kunst om zich voor te bereiden op de dood kan heel moeilijk zijn. Het vraagt veel van de persoon die wil sterven, EN OOK VAN DE OMSTANDERS. Sommigen hebben pijnlijke relaties met echtgenoten of familie, en willen er voorgoed vanaf zijn. Van de andere kant hebben sommige ouderen te kennen gegeven dat ze bang zijn dat ze er zo meteen niet meer mogen zijn; dat de familie of de maatschappij druk gaat uitoefenen om het leven vaarwel te zeggen. Of de persoon het zelf wil, of door anderen aangezet wordt, wij moeten in alle omstandigheden bereid zijn om elkaar bij te staan, en niet alleen te laten strijden. Als mensen echt naar hen luisteren en voor hen open staan, kan dat een geweldige steun in de rug zijn.

      Om niet zelf tot levensbeëindiging over te gaan is ook de steun van de samenleving nodig: van de wetgevers, en natuurlijk van de media. Afzijdig blijven is voor christenen geen optie. Aandacht en steun van de kerk is heel belangrijk. Ik haal hier de woorden aan van Kardinaal Wim Eijk. * “Bij veel mensen zal aandacht werken. Maar je houdt een groep mensen over die toch per se dood willen. Als katholieken kunnen we hulp bij levensbeëindiging niet goedkeuren. Daar moeten we duidelijk in zijn. Dat standpunt kan bij pastorale begeleiding leiden tot een breuk, waarna iemand geen contact meer wil met de kerk. Dat zij zo.

     “ Bij het toedienen van de laatste sacramenten legt de mens zichzelf in Gods handen, je geeft je over aan zijn liefdevolle zorg. Dat staat haaks op actieve levensbeëindiging. Dan is die overgave er juist niet, dan neemt de mens het leven in eigen hand...”

      “Het verlangen om te sterven kan heel legitiem zijn. Heer, laat mij sterven. Een pastor en een gelovige kunnen daar samen om bidden. Je mag hopen dat dat gebed wordt verhoord, al kan dat langer duren dan gewenst. Maar God beproeft je nooit boven je kracht. En hij geeft ook kracht en genade om vol te houden en te volbrengen”.

(* TROUW, 5 februari 2018.)

De verrijzenis van Christus: Dat is toch niet echt gebeurd maar alleen geestelijk?

     CRITICUS:  Veel bijbelgeleerden beschouwen de verrijzenis van Jezus als midrash: een vroom verhaal van de eerste Christenen; niet letterlijk en niet lichamelijk gebeurd maar alleen in geestelijke zin. Zijn lichaam ligt nog steeds in een graf  ergens in het Midden-Oosten. Die eerste leerlingen  kwamen tot dit geloof omdat ze zo verknocht waren aan Jezus hun geliefde meester, dat ze niet konden accepteren dat hij echt dood was. Bovendien ligt de verrijzenis buiten de tijd en ruimte, dus niet tastbaar, en buiten het bereik van onze aardse begrippen.

 

    Het ontkennen van de historische verrijzenis van Christus  gaat dwars in tegen de geschriften van het Nieuwe Testament. Die gaan doen er alles aan  om duidelijk te maken dat hij wel lichamelijk  opgestaan is uit de dood. Bijvoorbeeld:

*   Petrus en Johannes vinden het graf zonder het lichaam van Jezus maar wel met zijn zwachtels en zweetdoek. (Johannes 20, 1-10)

*   Hetzelfde overkomt Maria van Magdala. Ze kan niet geloven dat de Heer verrezen is; maar dan ontmoet zij hem bij het graf, en gaat het aan de leerlingen vertellen. (Joh. 20, 11-18)

*  Jezus verschijnt aan de apostelen die nog steeds niet wilden geloven. Hij laat zich daarom betasten en eet met hen.  ‘Een geest heeft immers geen vlees noch been, zoals jullie zien dat ik heb.’.(Joh. 20, 19-23;   Lucas 24, 36-49)

*   Jezus verschijnt weer aan de apostelen, en Tomas is er ook bij. Hij was degene die het langst aan zijn overtuigd ongeloof vasthield, en toen met kracht op de feiten gedrukt werd: ‘Kom met je hand,’ zei Jezus, ‘om de opening in mijn zijde te voelen. Wees niet langer ongelovig maar gelovig.’ Hierop zei Tomas: ‘Mijn Heer en mijn God.’  Jezus zei: ‘Omdat je Mij gezien hebt geloof je. Zalig zij die zonder gezien te hebben toch tot geloof komen. (Joh. 20, 24-29)  Wij, bijbelgeleerden of niet, die twijfelen of niet geloven, kunnen ons gelukkig prijzen dat Tomas ook zo was,  en bijna gedwongen werd te geloven... als voorbeeld voor ons.

     Zo zijn er nog talrijke andere plaatsen in het Nieuwe Testament, ja, zelfs in het Oude Testament waar de verrijzenis van de Christus wordt vermeld. Het is overduidelijk dat de eerste getuigen geen zweverige, goedgelovige en emotionele mensen waren die uit puur verlangen naar hun meester in zijn lichamelijke verrijzenis gingen geloven. In tegendeel, ze waren genoeg realistisch om die te ontkennen tot er geen twijfel meer mogelijk was.

  Sommigen ontkennen deze lichamelijke verrijzenis, maar geloven wel in een geestelijke verrijzenis, buiten de tijd en de ruimte. De filosofie met grote woorden wordt erbij gehaald om dit alles op een geestelijk vlak te brengen, buiten het bereik van onze aardse begrippen. Dit past hier niet. Christus had een echt en waarlijk menselijk lichaam. Zo is hij ook gestorven. Het was hetzelfde lichaam dat gefolterd werd en gedood, zodat het nog steeds de sporen daarvan draagt in de vijf grote wonden in handen, voeten en zijde. En zo is hij ook op een bepaalde tijd, aan hem alleen bekend,  in de nacht  van de eerste dag van de week opgestaan en zijn zwachtels afgedaan en opgerold. Wel is zijn lichaam nu verheerlijkt, niet meer aan tijd en ruimte gebonden, onsterfelijk en  onvergankelijk en in die zin ‘geestelijk’: Dat zegt de heilige Paulus. (1 Kor, 15,42-44)

      In hetzelfde hoofdstuk maakt Paulus duidelijk dat Christus is opgestaan als mens (v. 21) en hij benadrukt: ‘Als Christus niet is verrezen is uw geloof waardeloos en ligt u nog in zonde.’(v. 17)  En wat te denken van de talrijke  andere wonderen van Jezus, zoals de genezing van zoveel zieken  en de opwekking ten leve van de jongeman te Naïn en die van dat meisje, de dochter van Jaïrus. Als we de letterlijke verrijzenis van Jezus ontkennen, dan staan alle vier evangeliën op losse schroeven.

      Misschien is het sterkste  bewijs voor zijn lichamelijke verrijzenis het feit dat al de apostelen bereid waren om hun leven en bloed ervoor te geven. Ze zijn de hele toen bekende wereld door getrokken om dit  aan iedereen te verkondigen: ‘Christus die gestorven is voor onze verlossing, is verrezen en nog levend bij ons om zijn nieuwe  leven te blijven geven aan ons’. Dat viert de kerk op Pasen, en eigenlijk het hele jaar door.

      Het is geen toeval dat Pasen in de Lente is. Pasen: het einde van doodsheid en begin van nieuw leven. Christus leeft met nieuw, glorieus, schitterend leven, overvloeiend, niet te stuiten eeuwig leven. Niet hij alleen: ook wij, leden van hem, van zijn lichaam de kerk, verrijzen met hem. Niet alleen op het einde van de wereld, maar NU doet Jezus ons opstaan. Hij heeft onze doodsheid overwonnen: onze zwakheden, zonden en slechte gewoonten waar we zo aan verslaafd zijn. Hij wil ons doen opstaan daaruit. Het enige dat wij nog te doen hebben is ten volle JA zeggen. Dat doen we  bij het DOOPSEL, het sacrament van nieuw Leven.  Dat doen we hopelijk ons hele leven als we bidden: ‘Heer, ik wil u volgen; ik vertrouw op uw hulp.’  Hij helpt ons beslist om langzaam maar zeker ons miserabele zelfje met zijn zwakheden te overwinnen. Hij geeft  zijn eigen Nieuwe Leven, goddelijke  leven in ons, dat zo sterk is en blijvend als de eeuwigheid.

      Dat vieren we ook op iedere zondag. Die dag is een Mini-pasen. Daarom neemt de kerk de zondagplicht nog steeds serieus: al vanaf de eerste christelijke tijden. We hebben het zo nodig om telkens weer verenigd te worden met de verrezen Heer die ons Leven geeft.

 

Vagevuur: In zoiets hoef je toch niet te geloven?

       CRITICUS:  Wanneer een mens sterft worden zijn zonden  – als die er zijn – uitgewist , en gaat hij direct naar de hemel. God is zo barmhartig; Hij heeft geen vagevuur nodig. Het is dus niet nodig om voor de overledenen te bidden, maar we mogen wel tot  hen bidden om ons tot steun te zijn. Voor de rest is een dodenherdenking alleen wat het woord zegt: hen herdenken in liefde en respect. Trouwens, wat weten we eigenlijk van het hiernamaals? En wat  dat folterende vagevuur betreft: het staat nergens vermeld in de bijbel.

 

       Na de uitvaartdienst van een familielid, zat ik aan de koffie met een vriend die zei: “Bedankt voor je preekje. Maar dat vagevuur waar je het over had, kun je zelf houden.”

Ik  antwoordde half schertsend:  “Willy, als jij nog eens voor de gouden hemelpoort komt te staan, en Petrus zegt: “Kom maar binnen, beste man!” dan weet ik wel zeker dat jij zult antwoorden:  “Alstublieft nog niet, Petrus. Ik ben niet klaar om in mijn oude plunje voor de allerheiligste God te verschijnen. Laat me eerst voorbereid worden en gelouterd.”

       In het Bijbelboek Openbaring zegt Johannes over de hemelse stad Gods: “Niets wat onrein is kan er binnengaan.” (21, 27)  Het ‘vagevuur’ wordt niet woordelijk in de Heilige Schrift genoemd, maar is wel degelijk verondersteld. Zelfs al vóór de komst van Christus lezen we in het Tweede boek Makkabeeën: “Daarom liet hij voor de overledenen een zoenoffer opdragen, opdat zij van hun zonde zouden worden vrijgesproken.”(12, 45) En lees ook eens de mooie tekst in de eerste brief van Paulus aan de gelovigen van Korinte  3, 13-15 !

       Vanaf de eerste christen tijden heeft de kerk de Eucharistie opgedragen en voorbeden gedaan – vaako ondergronds in de catacomben – opdat de overledenen gelouterd zouden worden en zo tot de gelukzalige aanschouwing van God konden komen. Als ons leven op aarde met al  zijn falen en zonden niets te betekenen heeft voor ons eeuwige leven hierna, dan zijn alle gebeden en offers voor de gestorvenen door alle eeuwen heen nutteloos geweest. Het bestaan van een vagevuur of louteringsoord is dan ook aanvaard in de voorbije eeuwen door Joden zowel als Christenen van oost en van west, zoals we kunnen zien in hun geschriften, gebeden en vieringen voor overledenen. De heilige Augustinus schrijft: “Men mag er niet aan twijfelen dat door de gebeden van de kerk en door het heilig misoffer, alsook door de aalmoezen, welke terweille van de afgestorvenen aan God worden opgeofferd, de zielen van de overledenen worden geholpen. God bejegent hen met meer barmhartigheid dan dat zij om hun zonden hadden verdiend. Want dit gebruik om voor de overledenen te bidden, dat door onze voorvaderen werd pvergeleverd, zien wij door de hele kerk onderhouden.” (Serm. 172, n 2)

       Dat wij in onze materiële wereld ons geen voorstelling kunnen maken van het leven hiernamaals zoals het vagevuur, is geen reden om het te ontkennen of te betwijfelen. Het vuur is voor velen een obstakel. Maar dat heeft weinig te maken met ons materiële vuur op aarde. Het betekent een geestelijke loutering van de ziel. Geef het een andere naam als je wilt, bijvoorbeeld louteringsoord. Er is gerust wel het een en ander in ons leven te reinigen of recht te zetten. Dat gebeurt met behulp van de beste en meest barmhartige geestelijke Leidsman,  Jezus Christus. Onze liefdeloosheid, onze haat, onze zelfzucht, onze vooroordelen  voor anderen moeten eerst onder zijn leiding veranderen in onbaatzuchtige en volledige liefde. Onze oneerlijke praktijken waar we misschien zó aan gewend waren dat ons geweten ze niet eens meer herkende als zonden,  moeten veranderen in totale rechtvaardigheid.  Hetzelfde geldt voor al onze tekortkomingen en zonden. Hoe zouden we anders voor de allerheiligste God durven verschijnen en voor eeuwig met hem zijn in de gelukzaligheid van de hemel? Of denk je dat alle schuld , alle kwaad en alle diepgewortelde ondeugden zomaar verdwijnen  wanneer we sterven? Ook vanuit onze menselijke redenering komen we dus tot de conclusie dat er een oord voor voorbereiding op de hemel moet bestaan.

       Is het verblijf daar pijnlijk? Ja. Kwaad dat bedreven wordt staat nu eenmaal in relatie tot pijn. Het heeft geen zin dit feit te verdoezelen. Maar het is een geestelijke pijn;  een heel andere pijn dan die van onze aardse ziektes en wonden, lichamelijk of mentaal. We kunnen er ons geen voorstelling van maken. Theologen en mystici spreken van hevige spijt over zonden begaan tegen  de  algoede God en tegen de naaste, en diep verlangen naar onze God en Vader die ons eindeloos bemint. Misschien mogen we het wel vergelijken met wat een kind meemaakt dat met een besmettelijke ziekte in afzondering ligt in het ziekenhuis. Zijn vader of moeder bezoekt het en mag door een raampje in de deur naar hem wuiven en glimlachen. Het kind huilt van heimwee, van puur verlangen om met zijn ouders verenigd te zijn, maar kan het helaas nog niet, totdat zijn ziekte is overwonnen. In nog grotere mate zal ook de pijn in het vagevuur, de plaats van voorbereiding, intens en diep zijn. Want de liefde tot God en de heimwee naar Hem zijn diep en intens.

       De leer van het  vagevuur is de meest humane die men zich kan voorstellen. Hoeveel mensen heeft het niet getroost die treurden om het overlijden van ouders, zoon of dochter  die totaal op het verkeerde pad waren geraakt, en dus echt niet zomaar naar de hemel zouden gaan. God is rechtvaardig. Dat mogen we niet vergeten. Maar gelukkig is zijn barmhartigheid nog groter!  Zijn Zoon Jezus Christus, de Goede Herder, is hun meest liefdevolle Heiland en Heler die hen perfect voorbereidt op het gelukzalige eeuwige leven.

       Het moet ook een grote vertroosting zijn dat wij hen kunnen helpen door ons gebed, welk gebed dan ook, maar vooral door de Eucharistieviering. Ook kunnen wij hun verblijf in hun louteringsoord verlichten of verkorten door ons eigen lijden en onze goede werken op te offeren voor hen. Eveneens  kan het een grote troost zijn voor mensen die dodelijk ziek zijn en in grote pijn, te weten dat hun lijden, opgeofferd aan de Heer, hun vagevuur zal verlichten of helemaal opheffen. We geloven in de Gemeenschap der heiligen  (de band die er bestaat tussen de kerk op aarde, de mensen in het vagevuur en hen die in de hemel zijn). Dan hebben we de blijde zekerheid dat wij elkaar kunnen helpen. En dat zij ons kunnen helpen!  Bid dus vóór hen, en bid ook gerust tot hen om hulp en steun.

       Nee, als we onze geliefde doden alleen maar gedenken, dan doen we hen zeker te kort; en onszelf ook.

 

 

 

Het nieuwe testament: Wat te denken van al die wonderen van Jezus?

      CRITICUS: De verhalen van het Nieuwe Testament over de wonderen van Jezus zijn MIDRASH.  Dat wil zeggen: verhalen die niet letterlijk op te vatten zijn, maar figuurlijk. Ze bevatten een diepere geestelijke of morele waarheid. Jezus hoeft dus niet in Betlehem in een stal geboren te zijn. Daarvoor zijn trouwens geen getuigen. Hij heeft waarschijnlijk nooit een storm gestild op het meer, of op dat water gelopen. En 5000 mensen gevoed met vijf broden? Nee, veel mensen hadden wel brood meegenomen. Jezus leerde hen: Als ieder het zijne met anderen deelt, is er meer dan genoeg brood.. Dat is de waarheid van het verhaal. De wonderen in de vier evangeliën komen uit de verbeelding van de eerste christen gemeenschappen. De moderne mens beschouwt wonderen als MAGIE.

 

       Jezus geboren in een stal te Betlehem en de andere kindsheidsverhalen van Lucas hebben wel degelijk minstens één betrouwbare getuige: Maria de moeder van Jezus. Er staat nadrukkelijk: “Zij bewaarde dit alles in haar hart en dacht erover na.” (Lc. 2,19) Als deze gebeurtenissen niet historisch  zijn maar alleen betekenisvolle verhalen, gebaseerd op verbeelding van Lucas en zijn tijdgenoten, dan zijn ze niet veel meer dan sprookjes. De jongere generatie vindt ze wel leuk maar zal zich er weinig om bekommeren, en geen reden zien om zelfs met Kerstmis naar de kerk te gaan en in de gemeenschap het geloof te vieren.

         In de grond van de zaak gaat het erom wie Jezus eigenlijk is. Is hij alleen maar de zoon van Maria en Jozef, de sociaal bewogen rabbi uit Nazareth, die opkomt voor de verdrukten en recht en rechtvaardigheid wil? Jezus is dat beslist, maar nog veel meer. Hij komt voort  uit God zelf en is gezonden met goddelijke volmacht om de mensheid Gods waarheid te leren en te  ‘verlossen’, dat wil zeggen: ons terug brengen in Gods familie als zijn kinderen, en dus broers en zusters van elkaar.  Hij bekrachtigde zijn leer EN zijn goddelijk wezen door de wonderen die hij deed..

        Velen, zoals Criticus, betwijfelen of ontkennen zijn wonderen als magie, en dus ook  zijn wezen als Zoon van God  die met goddelijke volmacht in de wereld gekomen is. Wonderen zijn wetenschappelijk onmeetbaar, onbewijsbaar en dus onmogelijk, zeggen ze. Alleen de moraal of ‘het verhaal’ achter de wonderen is van belang. Het antwoord is: Als het feit, het wonder, niet historisch is, is het verhaal dat erop gebaseerd is van weinig belang en weinig gezag.

        We moeten het volste vertrouwen hebben in de eerlijkheid van de vier Evangelisten. Die vertellen ons geen verhalen die zij zelf of de eerste Christen gemeenschap zich ingebeeld hebben. Aan het begin van zijn evangelie schrijft Lucas duidelijk: “Nu heb ook ik besloten alles van voren af aan nauwkeurig na te gaan...en ordelijk op schrift te stellen, zodat u zich kunt overtuigen van de betrouwbaarheid van de berichten die u hebt ontvangen”. (Lc 1,3-4) Lees dus de evangelies zonder vooroordelen: eerlijk en met open geest, en accepteer hun schrijvers als eerlijke gewone mensen, niet als geleerde wereldwijze midrash-schrijvers. Dan worden de woorden Gods eigen Blijde Boodschap voor jou.

        Dit neemt niet weg dat we bij iedere gebeurtenis moeten zoeken naar een diepere, meer geestelijke betekenis. Dat doet elke goede pastor in zijn preken. Bij voorbeeld Jezus  loopt over het woelige Meer van Galilea; daar kun je mooie  motieven in vinden: Hij is Heer en Meester over deze woelige wereld. En het wonder van de vijf broden die 5000 mensen voedden, dat kan niet zonder meer verklaard worden doordat die mensen hun eigen brood meebrachten en deelden. Het is duidelijk dat het een ‘eenzame streek’ was waar geen voedsel voor zo velen te vinden was. (Lc.9,12vv.)  Johannes ziet in de vermenigvuldiging van de broden (dat in alle vier evangelies wordt verteld) een duidelijke aanwijzing naar de heilige Eucharistie.                                                                                                                                                 We hoeven beslist niet alles letterlijk te nemen. Bijbelgeleerden kunnen ons vertellen in welk soort literaire vorm een verhaal geschreven is.                                                                                                   

Sommige verhalen, vooral in het Oude Testament, zijn inderdaad in de vorm van midrash geschreven. Dan is de moraal belangrijker dan het historische feit. Andere literaire vormen zijn parabels, poëzie, psalmen enz. We zijn wetenschappers dankbaar dat  ze daar meer duidelijkheid In geven. Maar het feit dat Jezus echte wonderen verrichtte mogen we niet  ontkennen of betwijfelen. En als toets van de rechtgelovigheid van bijbel-wetenschappers   mogen we verwachten dat zij echt geloven in de leer en de wonderen van Jezus, ook van zijn lichamelijke verrijzenis.

        De Catechismus van de Katholieke Kerk zegt  “Deze geschriften verschaffen ons de definitieve waarheid van de goddelijke openbaring. Hun centrale thema is Jezus Christus, de mensgeworden Zoon van God”. (124) En de heilige Theresia  van Lisieux schrijft: “In het hele evangelie...vind ik alles wat nodig is voor mijn arme ziel. Ik ontdek er steeds meer nieuw licht, verborgen en mysterieuze betekenissen.”(Ib. 127)

 

 

     

Geloven in God: Is dat wel redelijk in onze moderne tijd?

      CRITICUS:  Waarom tegenwoordig nog geloven in een God? Hij is nooit waargenomen, geobserveerd of gemeten. Dus niet wetenschappelijk te bewijzen. Mensen geloven in hem omdat ze zich te zwak en beperkt voelen om de moeilijke dingen in het leven aan te kunnen, en de vreemde dingen te verklaren. Velen zeggen dan ook: wees je eigen baas, je eigen god. Laat je niet onderwerpen aan hogere wezens. Met  de  vooruitgang van onze wetenschap, zoals over evolutie, zal het niet lang meer duren of de laatste vragen zullen beantwoord zijn. Dan is er voor geloven in God gewoon geen plaats meer.

 

      Pientere filosofen hebben voor eeuwen godsbewijzen bedacht. Maar laten we het hier eenvoudig en helder houden. Inderdaad, God is niet waarneembaar met onze ogen of meetinstrumenten. Hij is niet van materie en niet gebonden aan de wetten van de natuur. Hij is puur geest. Hij is almachtig en alwetend, en hij heeft alles geschapen uit niets. Zo is hij aanwezig in de grootste hemellichamen miljoenen lichtjaren weg, en in de kleinste protons en fotons  en andere bouwstenen van de natuur. Zo blijft hij scheppend bezig.

      Je kunt hem niet direct waarnemen, maar wel indirect, namelijk in de natuur, in zijn schepping. Je geniet van je lichaam met zijn duizend leden en functies die alle (of bijna alle) fantastisch samenwerken om ons leven in stand te houden: hersenen, ogen, handen, voeten, de miljarden bloedcellen die dagelijks uit ons beenmerg voortkomen  enz. enz. Neem de oren, die allerlei  geluiden van prachtige muziek en van lieve mensen kunnen opvangen en naar de brein brengen om ze te kunnen verstaan en begrijpen. Complete wonderen! Vraag jezelf eerlijk af: Wie heeft dat allemaal uitgevonden? Voorouders? De knapste wetenschappers met hun computers? Beslist niet. En dan die druiven, perziken of andere  heerlijke vruchten waar je zo van geniet: Kunnen die zich uit zichzelf ontwikkelen? Hebben  intellectuelen die uitgedacht? Die kunnen vruchten manipuleren en verbeteren, maar hebben niet de wetenschap om ze te scheppen uit het niets, zelfs niet met alle computers van de wereld. Kinderen vragen soms: Waar komen deze druiven vandaan? Eén ding weten ze beslist wel: Ze komen niet zomaar uit niets. Uit niets komt niets. Als we zoveel wonderlijks in de natuur zien, hoeveel wonderlijker is de Uitvinder en Schepper van dat alles. Waar is dan onze dank en waardering?

       Stel je voor: Je komt thuis van school of sportveld of kantoor. Je zit aan tafel te genieten van het voedsel op je bord en misschien van druiven of perziken, maar je zegt geen woord tot je huisgenoten. Bij de volgende maaltijd doe je ook je mond niet open, en zo de hele week. Zouden je huisgenoten niet denken: Wat is hij of zij verwaand! Of misschien ziek? Welnu, wat zal God niet van ons denken als we van alles dat hij geeft genieten maar niet met hem praten, niet bedanken. Dat praten noemen we bidden. Doe het op jouw manier, maar doe het voor iedere maaltijd.

         Er zijn in feite miljarden bewijzen voor Gods bestaan. Elke molecuul van je ogen of van die druiven is een waar wonder, en bewijst dat Iemand uit niets dit alles kan scheppen: God Schepper van hemel en aarde. En hij gebruikt daarbij een van zijn machtigste schepselen: evolutie. Ontzagwekkend is Gods wijsheid, onbegrijpelijk zijn almacht. Hij de Albeheerser.

         Waarom  heeft God het heelal en ons mensen geschapen  en schept hij nog steeds?De reden is dat hij vele anderen wil laten delen in zijn geluk en overvloedige goedheid. Dat wil hij niet voor zichzelf alleen houden. Met ontzaglijke zorg heeft hij ons gevormd geboetseerd  –  in de schoot van onze moeder. Psalm 139, geschreven misschien 3000 jaar geleden, zegt het zo mooi: “U hebt mij samengevlochten in mijn moeders schoot. Dank voor het ontzagwekkend wonder dat ik ben, voor het wonder van uw werken; hoe ga ik U ter harte”. De oneindige  liefde en barmhartigheid van God is overal te proeven in de psalmen en overal verspreid in de bijbel; zoals in Jesaja 49: 15-16: “Zal een moeder zich niet erbarmen over het kind van haar schoot? En zelfs als die het zou vergeten; Ik vergeet u nooit! Kijk, in mijn handpalmen heb ik u geschreven”. Wat ze in het Oude Testament niet durfden, namelijk de almachtige oneindige God  Vader te noemen, dat heeft Jezus ons geleerd om te doen: ‘Onze Vader die in de hemel zijt; uw naam worde geheiligd...’ Hij is niet de politieman die altijd klaar staat met zijn baton, om toe te slaan als we verkeerd gaan; maar de barmhartigste Vader die we ons kunnen voorstellen. Dat wil niet zeggen dat hij een doetje is die alles goed vindt. Zoals een goede vader in een gezin discipline weet te hanteren, zo weet God dat ook.  Het is een teken van liefde.

         We horen soms het argument: “Als er een barmhartige God bestaat, hoe kan er dan zo veel lijden en zo veel verwoesting zijn?”  Dat is een opwerping die we serieus moeten nemen. Maar kunnen we God beschuldigen voor al de miserie die ons overkomt? We gaan daar verder over spreken in een ander artikel.

       Het is zo aantrekkelijk om niet in God te geloven; of aan hem te twijfelen; of zoals Agnosten doen: beweren dat geen mens iets kan weten over God. Dan hoef je jezelf  niet te storen aan Gods geboden,, want er is niemand boven je die goed of kwaad bepaalt; je wordt je eigen baas, je eigen god. Dat was al de bekoring waarin Adam en Eva gevallen zijn in het Paradijs.

        In God geloven maakt dat je minder ‘autonoom’ of zelfbeschikkend? In zekere zin wel. In de tijd van de ‘Verlichting’ kwam het Atheïsme op zetten. Daarin onderwerp je  jezelf niet aan een hogere autoriteit. Je bent je eigen god in wel en wee, in leven en dood. Maar er zijn dingen die een mens niet alleen aan kan, ook niet met vrienden; bijvoorbeeld zware bekoring tot kwaad, diepe gewetenswroeging, en ook hevige stress en eenzaamheid, ernstige pijnlijke ziekte, en vooral sterven. Gelukkig ben je als je dan kan geloven in een kracht die niet in jezelf te vinden is,  maar alleen in God die in je werkt. Dan kun je niet je eigen god zijn maar heb je de ware God nodig. Hij alleen kan je dan redden, steunen, helpen in dit aardse leven én in het ‘hiernamaals’.

         Die bekoring tot zelfbeschikking is nog steeds zeer reëel, vooral in het westen. De statistieken zeggen dat het geloof in God hier nog steeds slinkt, vooral bij de jongere generatie. Ik zou aan hen vooral willen vragen: Loop niet zo maar achter je vrienden aan, of de media, maar denk zelf ernstiger na over de vraag van levensbelang, de vraag van goed en kwaad, de vraag van eeuwig leven, de vraag over God.

Copyright © 2019 RK Wageningen. Alle rechten voorbehouden.