RK Wageningen

Zondag, 17 november 2019

Kerk sluiten.. de geloofsgemeenschap ook? Hoe kan ons geloof in Gods naam overleven?

 

CRITICUS:  De ene na de andere kerk wordt aan de eredienst onttrokken en verkocht, niettegenstaande protestacties soms, of goede burger-initiatieven om de kerk te behouden. En het geld gaat naar de hoofdparochie. De meeste parochianen vinden het te bezwaarlijk om naar een andere kerk te gaan. Te ver, zeggen ze; of: Ik heb daar geen vrienden. Ze stoppen ermee. Veel vrijwilligers ook. En ik ook. De hele geloofsgemeenschap begint te verbrokkelen en te verdwalen. Kunnen we dan geen christelijke gemeenschap behouden van mensen die samen het geloof vieren en elkaar steunen in ziekte en dood?

De situatie, zoals Criticus die beschrijft, is op veel locaties jammer genoeg een feit. Ik kan moeilijk iets zeggen over de sluiting van kerken. Dat laat ik aan anderen over. Maar ik wil hier iets zeggen over het behoud van het geloof en de gemeenschapszin van de getroffen geloofsgemeenschappen. Dat doe ik door iets te vertellen over het behoud en de groei van christelijke gemeenschappen in Maleisië, waar ik vele jaren gewerkt heb. De situatie daar is niet in alle opzichte het zelfde als hier, maar wel in grote lijnen, genoeg om er iets van te leren.

      GELOOFSGEMEENSCHAPPEN IN MALEISIË.

–   Er is één ‘Hoofdstatie’,  met de Parochiekerk, waar de Eucharistie regelmatig gevierd wordt.
–  Er zijn veel ‘Buitenstaties’ waar wekelijks een eenvoudige woorddienst is in  een kerkje, dorpshuis , longhouse of op een andere geschikte plaats. Deze dienst is gewoonlijk op zondagmorgen, behalve als de plaats dichtbij de hoofdstatie  gelegen is, want dan is er gelegenheid  voor de gelovigen om naar de parochiekerk te gaan als ze dat kunnen.
–   Een vrijwillige ‘Gebedsleider’ leidt de viering  bijgestaan door andere vrijwilligers  die de lezing van het evangelie doen enzovoort. Er is geen preek, behalve wanneer de gebedsleider er een ontvangt van de pastoor. De eerste collecte gaat naar de hoofdstatie. Dat helpt om de band met de parochie te versterken. De tweede collecte wordt door de locale gemeenschap beheerd. Dat voedt het gevoel dat zij een mondig en verantwoordelijk deel van de Kerk zijn, en volledig bestaansrecht hebben.
–  Gebedsleiders verrichten ook andere diensten in de gemeenschap zoals bidden voor zieken, en zo nodig uitvaarten. Op enkele speciale dagen worden alle gelovigen op de hoofdstatie verwacht. Sommige vrijwilligers met een boot of auto stellen zich beschikbaar om ouderen te vervoeren.
–  Soms komt de pastoor om de Eucharistie te vieren en de gelovigen van andere pastorale behoeften te voorzien. Hij helpt om  vragen over leven en dood,  zingeving en geestelijk leven te bespreken. Hij  bespreekt ook de activiteiten en projecten in de parochie.
–   De hele lokale gemeenschap ontvangt een korte opleiding van drie dagen of een aantal avonden om een beter begrip te krijgen van hun geloof en  hun kerkelijk leven. Op het einde van deze cursus kiezen zij hun gebedsleider(s), voorzitter en andere leden van hun locatieraad. Zo leren ze weer meer verantwoordelijkheid voor de beleving van hun geloof. De  gebedsleiders moeten daarna wel beëdigd worden door de pastoor.
–  Gebedsleiders krijgen een extra opleiding van enkele dagen per jaar aangaande liturgie, bijbel, diaconie en geestelijk leven.

Woorddiensten zoals hier beschreven zijn niets nieuws. Ze worden al ettelijke generaties gedaan   in duizenden  afgelegen dorpen in Zuid-Amerika, Afrika en Azië; ik  vind wel dat ze meer bekendheid en waardering verdienen.

      RESULTAAT;

*  De christelijke gemeenschap blijft behouden; zelfs nadat hun kerkgebouw weggedaan is. De gemeenschap is toch belangrijker dan het gebouw!
* Het geloof heeft aldus veel meer kans van overleven. Waar dergelijke wekelijkse woordvieringen ophielden, hield  vaak de christelijke praxis op, en langzamerhand ook het katholieke geloof.
*  Tezamen is er  steun aan elkaar in droeve tijden, en vreugdevolle viering op feestdagen. Er is saamhorigheid.
*  Er is hechte binding met de hoofdstatie, EN  tegelijkertijd een mate van zelf-beschikking. Dat past goed in onze moderne mentaliteit.

 

       HOE BEREIDEN WIJ ONS VOOR OP DEZE WIJZE VAN KERK-ZIJN?

Zoek tezamen naar oplossingen voor vragen als deze:

  1. Hoe zal zo’n woorddienst verlopen in onze situatie?
  2. Waar kunnen wij een geschikte ruimte vinden, niet te duur in onderhoud, verwarming enzovoort.
  3. Hoe gaan we dagen of avonden van opleiding geven over geloof, gemeenschaps-beleving, geestelijk leven enz. voor alle gelovigen? En dan gebedsleiders en andere leiders kiezen? Die worden dan bevestigd en gezegend door de pastoor.
  4. Kunnen we mensen vinden die opleiding kunnen geven aan de gebedsleiders en andere leiders?

            WAT IS ER NOG MEER NODIG?

  We hebben hier vooral één aspect besproken van de vorming van een geloofsgemeenschap,  namelijk de wekelijkste viering van de liturgie. Er zijn echter nog vele andere aspecten nodig om het geloof te bewaren en te doen bloeien in locaties waar de kerk gesloten is: gezonde catechese en verkondiging, diaconie en zorg voor ouderen en jongeren, voor zieken en mensen in de verdrukking enz. Iedere gedoopte heeft zijn eigen charisma om de kerk op te bouwen zonder in klerikalisme te vallen.  Er wordt over gediscussieerd in veel parochies aan de hand van een boek zoals: ‘ALS GOD RENOVEERT’ door J. Mallon.  Ik stel voor om deze dingen ook te bespreken en toe te passen in ‘kerkloze’ locaties. Zo komen ook zij tot bloei, en zo voorkomen wij misschien dat het geloof van onze vaderen verdampt in zulke locaties, en alleen te vinden is in de Centrale parochie.

     Ik citeer uit het boek  ‘Als God Renoveert’. Redenen waarom katholieke jongeren in Zuid-Amerika de kerk verlaten: ze vinden niet in de kerk maar wel elders: ‘betekenisvol gemeenschapsleven waarbinnen mensen worden geaccepteerd en zich gewaardeerd en opgenomen voelen in de  Kerk.’(blz. 46)

Copyright © 2019 RK Wageningen. Alle rechten voorbehouden.