RK Wageningen

Donderdag, 17 oktober 2019

De verrijzenis van Christus: Dat is toch niet echt gebeurd maar alleen geestelijk?

     CRITICUS:  Veel bijbelgeleerden beschouwen de verrijzenis van Jezus als midrash: een vroom verhaal van de eerste Christenen; niet letterlijk en niet lichamelijk gebeurd maar alleen in geestelijke zin. Zijn lichaam ligt nog steeds in een graf  ergens in het Midden-Oosten. Die eerste leerlingen  kwamen tot dit geloof omdat ze zo verknocht waren aan Jezus hun geliefde meester, dat ze niet konden accepteren dat hij echt dood was. Bovendien ligt de verrijzenis buiten de tijd en ruimte, dus niet tastbaar, en buiten het bereik van onze aardse begrippen.

 

    Het ontkennen van de historische verrijzenis van Christus  gaat dwars in tegen de geschriften van het Nieuwe Testament. Die gaan doen er alles aan  om duidelijk te maken dat hij wel lichamelijk  opgestaan is uit de dood. Bijvoorbeeld:

*   Petrus en Johannes vinden het graf zonder het lichaam van Jezus maar wel met zijn zwachtels en zweetdoek. (Johannes 20, 1-10)

*   Hetzelfde overkomt Maria van Magdala. Ze kan niet geloven dat de Heer verrezen is; maar dan ontmoet zij hem bij het graf, en gaat het aan de leerlingen vertellen. (Joh. 20, 11-18)

*  Jezus verschijnt aan de apostelen die nog steeds niet wilden geloven. Hij laat zich daarom betasten en eet met hen.  ‘Een geest heeft immers geen vlees noch been, zoals jullie zien dat ik heb.’.(Joh. 20, 19-23;   Lucas 24, 36-49)

*   Jezus verschijnt weer aan de apostelen, en Tomas is er ook bij. Hij was degene die het langst aan zijn overtuigd ongeloof vasthield, en toen met kracht op de feiten gedrukt werd: ‘Kom met je hand,’ zei Jezus, ‘om de opening in mijn zijde te voelen. Wees niet langer ongelovig maar gelovig.’ Hierop zei Tomas: ‘Mijn Heer en mijn God.’  Jezus zei: ‘Omdat je Mij gezien hebt geloof je. Zalig zij die zonder gezien te hebben toch tot geloof komen. (Joh. 20, 24-29)  Wij, bijbelgeleerden of niet, die twijfelen of niet geloven, kunnen ons gelukkig prijzen dat Tomas ook zo was,  en bijna gedwongen werd te geloven... als voorbeeld voor ons.

     Zo zijn er nog talrijke andere plaatsen in het Nieuwe Testament, ja, zelfs in het Oude Testament waar de verrijzenis van de Christus wordt vermeld. Het is overduidelijk dat de eerste getuigen geen zweverige, goedgelovige en emotionele mensen waren die uit puur verlangen naar hun meester in zijn lichamelijke verrijzenis gingen geloven. In tegendeel, ze waren genoeg realistisch om die te ontkennen tot er geen twijfel meer mogelijk was.

  Sommigen ontkennen deze lichamelijke verrijzenis, maar geloven wel in een geestelijke verrijzenis, buiten de tijd en de ruimte. De filosofie met grote woorden wordt erbij gehaald om dit alles op een geestelijk vlak te brengen, buiten het bereik van onze aardse begrippen. Dit past hier niet. Christus had een echt en waarlijk menselijk lichaam. Zo is hij ook gestorven. Het was hetzelfde lichaam dat gefolterd werd en gedood, zodat het nog steeds de sporen daarvan draagt in de vijf grote wonden in handen, voeten en zijde. En zo is hij ook op een bepaalde tijd, aan hem alleen bekend,  in de nacht  van de eerste dag van de week opgestaan en zijn zwachtels afgedaan en opgerold. Wel is zijn lichaam nu verheerlijkt, niet meer aan tijd en ruimte gebonden, onsterfelijk en  onvergankelijk en in die zin ‘geestelijk’: Dat zegt de heilige Paulus. (1 Kor, 15,42-44)

      In hetzelfde hoofdstuk maakt Paulus duidelijk dat Christus is opgestaan als mens (v. 21) en hij benadrukt: ‘Als Christus niet is verrezen is uw geloof waardeloos en ligt u nog in zonde.’(v. 17)  En wat te denken van de talrijke  andere wonderen van Jezus, zoals de genezing van zoveel zieken  en de opwekking ten leve van de jongeman te Naïn en die van dat meisje, de dochter van Jaïrus. Als we de letterlijke verrijzenis van Jezus ontkennen, dan staan alle vier evangeliën op losse schroeven.

      Misschien is het sterkste  bewijs voor zijn lichamelijke verrijzenis het feit dat al de apostelen bereid waren om hun leven en bloed ervoor te geven. Ze zijn de hele toen bekende wereld door getrokken om dit  aan iedereen te verkondigen: ‘Christus die gestorven is voor onze verlossing, is verrezen en nog levend bij ons om zijn nieuwe  leven te blijven geven aan ons’. Dat viert de kerk op Pasen, en eigenlijk het hele jaar door.

      Het is geen toeval dat Pasen in de Lente is. Pasen: het einde van doodsheid en begin van nieuw leven. Christus leeft met nieuw, glorieus, schitterend leven, overvloeiend, niet te stuiten eeuwig leven. Niet hij alleen: ook wij, leden van hem, van zijn lichaam de kerk, verrijzen met hem. Niet alleen op het einde van de wereld, maar NU doet Jezus ons opstaan. Hij heeft onze doodsheid overwonnen: onze zwakheden, zonden en slechte gewoonten waar we zo aan verslaafd zijn. Hij wil ons doen opstaan daaruit. Het enige dat wij nog te doen hebben is ten volle JA zeggen. Dat doen we  bij het DOOPSEL, het sacrament van nieuw Leven.  Dat doen we hopelijk ons hele leven als we bidden: ‘Heer, ik wil u volgen; ik vertrouw op uw hulp.’  Hij helpt ons beslist om langzaam maar zeker ons miserabele zelfje met zijn zwakheden te overwinnen. Hij geeft  zijn eigen Nieuwe Leven, goddelijke  leven in ons, dat zo sterk is en blijvend als de eeuwigheid.

      Dat vieren we ook op iedere zondag. Die dag is een Mini-pasen. Daarom neemt de kerk de zondagplicht nog steeds serieus: al vanaf de eerste christelijke tijden. We hebben het zo nodig om telkens weer verenigd te worden met de verrezen Heer die ons Leven geeft.

 

Copyright © 2019 RK Wageningen. Alle rechten voorbehouden.