RK Wageningen

Woensdag, 16 augustus 2017

Coventry gebed en vredeswake

Over het wonder dat Sint-Franciscus verrichtte toen hij de bloeddorstige wolf van Gubbio bekeerde

In de tijd dat Franciscus in de stad Gubbio vertoefde, dook daar in de omgeving een grote, woeste en bloeddorstige wolf op, die niet alleen dieren maar ook mensen verslond. En omdat hij zich dikwijls dicht bij de stad vertoonde, leefden de inwoners in grote angst, en was iedereen die de stad uitging gewapend alsof het oorlog was. Toch kon iemand die alleen was en hem tegenkwam niets tegen hem beginnen. Het werd zelfs zo erg, dat niemand de stad meer durfde te verlaten uit angst voor die wolf.

Franciscus had erg met de inwoners van de stad te doen en wilde de wolf gaan opzoeken, hoewel zij het hem sterk afraadden. Hij sloeg een kruis en trok met zijn gezellen de stad uit, geheel en al vertrouwend op God. Op het punt waar de anderen niet verder durfden, sloeg Franciscus de weg in naar de plek waar de wolf leefde. Daar gebeurde het, zoals de vele burgers zagen die naar dit wonder waren komen kijken, dat toen de wolf met opengesperde muil op Franciscus afkwam, Franciscus naar hem toeliep, een kruis over hem maakte en hem bij zich riep: `Kom hier, broeder wolf, ik gebied je namens Christus mij noch anderen kwaad te doen.’ Een wonder geschiedde! Onmiddellijk nadat Franciscus het kruis had gemaakt, liet de geduchte wolf zijn bek dichtvallen en hield hij in. En zodra hij het gebod hoorde, kwam hij mak als een lammetje naar hem toe en ging voor zijn voeten op de grond liggen.

Franciscus sprak tegen hem.: `Broeder wolf, jij veroorzaakt in deze omgeving veel ellende en je hebt je afschuwelijk misdragen door schepselen van God zonder zijn toestemming te verminken en te doden. Je hebt niet alleen dieren gedood en verslonden, maar het ook gewaagd om mensen, die naar het beeld van God gemaakt zijn, te doden en te verminken. Hiervoor verdien je als gemene dief en moordenaar de galg, want alle mensen haten en vervloeken je, en de hele stad is je vijandig gezind. Maar, broeder wolf, ik wil jou vrede laten sluiten met de mensen zodat jij hun geen kwaad meer zult doen en zij jou al het kwaad dat je berokkend hebt zullen vergeven, en er geen mensen of honden meer op je zullen jagen.’

Op Franciscus’ woorden gaf de wolf met bewegingen van zijn lijf, zijn staart en zijn oren en door het knikken met zijn kop te kennen dat hij ermee instemde en bereid was te gehoorzamen. Toen zei Franciscus: `Broeder wolf, als jij bereid bent vrede te sluiten en die te bewaren, beloof ik ervoor te zorgen dat jij je leven lang van de inwoners van deze stad te eten krijgt, zodat je geen honger meer hoeft te lijden; want ik weet best dat je door honger tot al die kwade dingen werd gedreven. Maar omdat ik deze gunst voor je zal vragen, broeder wolf, moet jij me beloven dat je nooit meer enig mens of dier zult schaden: beloof je dat?’ De wolf knikte met zijn kop ten teken dat hij het beloofde. En Franciscus zei: `Broeder wolf, ik wil dat je op je erewoord zweert je aan deze belofte te zullen houden, zodat ik daar volledig op kan vertrouwen.’

En terwijl Franciscus zijn hand uitstak om een erewoord te krijgen, tilde de wolf zijn rechterpoot op en legde die gedwee in de hand van Franciscus, waarmee hij hem op zijn manier zijn erewoord gaf. oen zei Franciscus: `Broeder wolf, ik gebied je in naam van Jezus nu zonder enige schroom met me mee te komen, om deze vrede te gaan sluiten in naam van God.’ En tot grote verbijstering van de inwoners die het zagen, liep de wolf als een mak lammetje met hem mee. Meteen ging dit nieuws als een lopend vuurtje de hele stad door, zodat iedereen, groot en klein, man en vrouw, jong en oud, naar het marktplein trok om Franciscus met de wolf te zien.

Toen al het volk zich daar verzameld had, ging Franciscus op een verhoging staan en hield een preek. Hij zei onder meer dat God beproevingen als deze toeliet vanwege de zonden, en dat het vuur van de hel, waarin de verdoemde zielen voor eeuwig branden, vele malen erger is dan de vraatzucht van de wolf, die alleen maar het lichaam kan doden. Hoezeer moet dus de muil van de hel gevreesd worden, als zo’n grote groep mensen al in angst en beven leeft om de muil van een klein dier. `Keert daarom terug naar God, beste mensen, en toont waardig berouw over uw zonden, dan zal God u in het heden van de wolf bevrijden, en in de toekomst van het hellevuur.’
Na afloop van zijn preek zei Franciscus: `Luister, mijn broeders: broeder wolf, die hier voor u staat, heeft me op zijn erewoord beloofd vrede met u te willen sluiten en u op geen enkele wijze ooit nog kwaad te doen, als u belooft hem elke dag zijn nodige voedsel te geven. Ik sta ervoor in dat hij zich strikt aan dit vredesverbond zal houden.’ De burgers beloofden eenstemmig dat ze hem altijd te eten zouden geven.

En ten overstaan van iedereen zei Franciscus tegen de wolf `En jij, broeder wolf, beloof je de mensen dat je je aan het vredesverbond zult houden en nooit meer een mens of dier of welk schepsel dan ook zult belagen?’ De wolf knielde neer, knikte met zijn kop en gaf door vriendelijke bewegingen van zijn lijf, zijn staart en zijn oren zo duidelijk mogelijk te kennen dat hij elke afspraak zou nakomen. Vervolgens zei Franciscus: `Broeder wolf, ik wil dat je, zoals je me buiten de poort je erewoord op deze belofte hebt gegeven, ook in aanwezigheid van alle mensen op je erewoord zweert dat je niet zult beschamen waarvoor ik heb ingestaan.’ En de wolf tilde zijn rechterpoot op en legde die in de hand van Franciscus. Door dit alles werden de mensen met zo veel bewondering en blijdschap vervuld over de devotie van de heilige, het uitzonderlijke wonder en de vrede met de wolf, dat iedereen luid naar de hemel jubelend God loofde, omdat Hij Franciscus had gestuurd om hen door zijn goede daden van de muil van het woeste beest te bevrijden.

Nog twee jaar lang leefde de wolf daarna in Gubbio en ging als een tam dier de huizen langs, van deur tot deur, zonder dat hij iemand lastigviel of door mensen werd lastiggevallen. Hij werd door iedereen royaal gevoed en wanneer hij door de stad en langs de huizen liep, was er geen hond die tegen hem blafte. Na twee jaar stierf broeder wolf uiteindelijk van ouderdom, en dat betreurden de mensen zeer, want telkens wanneer ze hem zo mak door de stad zagen gaan, werden ze duidelijk herinnerd aan de deugd en de heiligheid van Franciscus. 

Naar De Fioretti van Sint Franciscus, hoofdstuk 21

Copyright © 2017 RK Wageningen. Alle rechten voorbehouden.