RK Wageningen

Dinsdag, 27 juni 2017

4de zondag van Pasen jaar A 2017

Overweging pater Koenen 7 mei 2017

Handelingen 2: 14a, 36-41
Johannes 10:1-10

Wageningen 2017 

Ieder jaar lezen we op de vierde zondag van Pasen een gedeelte uit het beroemde hoofdstuk 10 van het evangelie van Johannes. Dat hoofdstuk gaat over de goede Herder. Dit jaar is de inleiding daarvan aan de beurt. U hebt die 10 eerste verzen zojuist horen voorlezen. 

De vraag die dit evangelie aan ons voorlegt, luidt: hoe weet ik of ik me wel kan toevertrouwen aan een bepaalde leider? Zal hij voor mij wel een goede herder zijn? Is hij of zij wel een man of vrouw naar Gods hart? Die vraag geldt niet alleen voor religieuze leiders, maar ook voor politici bijvoorbeeld: banen zij voor mij en voor ons land wel de weg naar het Koninkrijk Gods? 

Deze korte perikoop van het evangelie van vandaag wordt door twee woorden gedomineerd: namelijk door de deur en de stem. Het woord ‘de deur’ hoorden we tweemaal twee keer, eerst aan het begin van de tekst en nogmaals op het einde van het voorgelezen evangelie. 

Het gedeelte tussen die twee fragmenten in, werd beheerst door dat andere woord, door ‘zijn stem’. Tot driemaal toe werd daar iets gezegd over de stem van de ware herder. 

Deze twee woorden: deur en stem zijn onze gids bij het zoeken van       een        juiste leider, de goede herder. 

(de deur)
Met deze perikoop vallen we a.h.w. met de deur in huis! Er blijken – volgens Jezus en het evangelie - twee manieren te zijn om de schaapstal binnen te komen: op een gewone, zachtaardige en respectvolle wijze: heel gewoon door de deur. Dat is de manier van doen van de ware herder. Zo komt hij binnen! Wie echter anders binnenkomt, via het dak of via een raam, gewelddadig dus en stiekem en met een dubbele agenda, die kwalificeert zich als ‘een dief en een rover’. 

Hier hebben we een eerste antwoord op onze moeilijke vraag: hoe maak ik onderscheid tussen de vele mensen die zich opwerpen als onze herder en leider, zowel in de politieke wereld als in het religieuze leven… Hoe komen ze mijn en onze wereld binnen…? Is dat brutaal, overrompelend, of met zachtheid en respect? 

(De stem)
Om dat onderscheid tussen de dief en de rover aan de ene kant en de goede herder aan de andere kant nog duidelijker te maken, wordt iedereen bovendien aangeraden om te luisteren naar de stem, die jou toespreekt. En je daarbij af te vragen hóé hij dat doet, mij aanspreken?! Getuigt zijn optreden inderdaad van ware humaniteit of niet? 

Het belang van deze raad kan niet hoog genoeg worden geschat, want hier wordt iets opzienbarends en iets zeer schokkends gezegd! Iets dat je maar zelden hoort, niet van religieuze leiders, noch van politici. Met deze raad word jij, zo gezegd, boven je eventuele, toekomstige meerdere geplaatst. Met een knipoog gezegd: Het toppunt van democratie! 

Want iedere mens in de maatschappij, en iedere gelovige in de kerkgemeenschap wordt door Jezus opgeroepen om bewust zijn eigen verantwoordelijkheid te nemen, bij het beantwoorden van de vraag: wie wil jij volgen? Wie kies jij als jouw gids in het leven? Of gedraag jij je misschienliever als een kuddedier? 

            Zijn schapen luisteren (bewust en actief) naar zijn stem!
            Hij, de ware herder, roept zijn eigen schapen bij hun naam
            En hij leidt ze naar buiten 

Voor Jezus – en voor iedere oprechte leider – ben je immers geen nummer, geen kuddedier. Schapen zijn dat misschien wel, maar jij niet! Jij bent niet: één van de velen. Bij hem ga je niet onder in de massa, want hij kent jou bij je naam. Je naam staat immers geschreven in de palm van zijn hand! 

Tenminste… als ook jij een bewuste keuze maakt voor hem door te belijden: want mijn herder is de Heer. En al wie ik nog meer als mijn herder kies… ook hij of zij moet mij dichter brengen bij ‘mijn Heer en mijn God’, mij ook dichter leiden naar zijn Rijk. 

Dat ‘luisteren naar zijn stem’, is een innerlijke activiteit, een innerlijk afwegen, onderscheid maken, het gadeslaan van de gevoelens, die deze stem bij je oproept. 

Kortom, het is een activiteit, die we gewoonlijk mediteren noemen: de innerlijke rust zoeken, de stilte binnen gaan en daar een tijdje verwijlen om intens te luisteren naar het zacht roepend verlangen van je hart. 

Laat nu – op dit ogenblik -  eens wat namen van bekende mensen door je gedachten gaan… geestelijke leiders… De Dalai Lama, paus Franciscus… en/of politici… En vraag je af: komen ze met oorlogzuchtige en haatzaaiende taal bij je binnen … of… spreken ze woorden van vrede? Tonen ze eerbied voor mensen…gaat er aandacht van hen uit naar mensen aan de rand van de samenleving, naar mensen die nauwelijks nog meekomen, en naar hen, die het slecht hebben getroffen? Wie of wat zoeken zij eigenlijk? 

En bedenk: wie door de deur van zachtmoedigheid en liefde naar binnen komt, is een ware herder van de schapen. Wie anders binnenklimt, is - volgens Jezus - een dief en een rover!. Voor een ware herder doet de poortwachter, doe  ik de deur open. 

In zijn toespraak vervolgt Jezus: 

een Goede Herder voert zijn schapen naar buiten
en gaat voor hen uit en de schapen volgen hem,
omdat ze zijn stem kennen
en hem dus liefhebben. 

Met deze woorden verwijst Jezus naar beelden uit het Exodusverhaal, de uittocht en bevrijding uit Egypte. Hij verwijst naar de Godsontmoeting op de berg Sinai, naar het verbond met Mozes, naar de Tien Geboden. Ja, ook dit alles hoort blijkbaar thuis in het pakket van iedere Goede Herder. 

Op het eind van de perikoop komt Jezus nog tweemaal terug op ‘de deur’. Met nadruk zegt hij nu: Ik ben … voor de schapen … de deur … En hij herhaalt: Ik ben de deur…wanneer iemand door mij binnenkomt, zal hij gered worden. Hij zal in vrijheid in- en uit kunnen gaan, én hij zal weidegrond vinden. Zó maakt Jezus voor ons een lieve overgang om psalm 23 bij onze overweging te betrekken en te gaan bidden… 

Want mijn herder is de Heer
Nooit zal er mij iets ontbreken
en
Wat méér zou ik kunnen verlangen?

Copyright © 2017 RK Wageningen. Alle rechten voorbehouden.