RK Wageningen

Dinsdag, 27 juni 2017

2de zondag van Pasen jaar A 2017

Overweging pater Koenen 23 april 2017

Handelingen 2: 42-47
Johannes 20, 19-31 

Wageningen 2017 

Het narratief van het evangelie speelt zich af op twee achtereenvolgende zondagen: op de avond van de Pasen en op de zondag, een week later. Wat mij zo boeit in dit narratief, is het refrein: de beide zondagen worden als het ware bijeengehouden door een driemaal herhaalde zin, de mens Jézus verschijnt en hij wordt ervaren als de (verrezen) Héér! De evangelist Johannes schrijft: 

'Jezus kwam in hun midden staan…' en 'De leerlingen waren blij omdat zij de Heer zagen' (vers 19 en 20). 'Een van de Twaalf was er niet bij, toen Jezus kwam' en 'de leerlingen vertelden Thomas, we hebben de Heer gezien' (vers 24 en 25). En voor de derde keer: 'Jezus kwam in hun midden staan' en Thomas beleed en riep uit: 'mijn Heer en mijn God' (vers 26 en 28).  

In deze zinnen gebeurt het. Hier staat zwart op wit, het Paasmysterie uitgeschreven. Een doodgemartelde mens is door God hoogverheven en hij wordt uitgeroepen tot Levende Heer, tot Messias en Koning, Bron van Nieuw Leven. 

Voor de menselijke geest is het bijna niet voor te stellen, want het speelt zich af in de mystieke ruimte van Gods werkelijkheid. Hij die tijdens zijn aardse leven veracht werd en nauwelijks in tel was, is na zijn dood tot Heer geworden over alle Leven 

Deze overgang van 'Jezus' naar 'de Heer' is een proces dat we als gelovige christenen telkens – en zeker in de Paastijd - mogen mee voltrekken. Dat wil zeggen, we houden vast, dat Jezus een historische figuur is, die in een heel bepaalde tijd als mens leefde, in het land dat we nu opnieuw Israel noemen en die ook daar gestorven is. Maar tegelijkertijd belijden we, dat hij door God is opgewekt en door hem verheven is tot 'Onze Lieve Heer'. 

Dit mystieke gebeuren in Gods verborgenheid heeft zijn zichtbare gevolgen ook op aarde. We troffen de leerlingen opgesloten in de schijn-veiligheid van het huis; aan hun angsten ten prooi.

En toch… we hoorden het in de eerste lezing uit de Handelingen der Apostelen. Ook zij zijn zelf geraakt door die wonderlijke transformatie. Ook zij deelden in het Nieuwe Leven, dat hun Heer en Meester geschonken is. Van bange, uiterst gekwetste mensen mochten ze uitgroeien tot krachtige leiders van jonge gemeenten in Jeruzalem, in Syrië, in Egypte, in Rome, tot aan India toe. Zij laten ons zien wat een liefdevolle omgang met de verrezen Heer vermag! 

Die tweede zondag is misschien nog wat kleurrijker en gedenkwaardiger dan de eerste. Want, nog vóór die tweede zondag aanbrak, heeft de apostel Thomas in een overmoedige bui zijn geloof opgezegd. Luidkeels heeft hij verkondigd: als niet dit… en als niet dat gebeurt…  dan doe ik niet eens meer mee. 

Maar zo peinzend… en stilstaand bij die kleine revolte in het hart van de kerngroep, is de eerste zondag misschien helemaal uit je aandacht verdwenen. Ja, het is je misschien zelfs ontgaan wat Thomas nu precies weigerde te geloven. Oppervlakkig lezend en luisterend hebben we wellicht gedacht: hij geloofde niet in de opstanding. Maar dat is hoogst onwaarschijnlijk. Iedere gelovige, orthodoxe jood geloofde ook toen al heilig in de opstanding van een martelaar. Men had dat geleerd uit het Bijbelboek Daniel en uit de geschiedenis van de zeven Makkabeese Broers. 

In het korte gesprek dat de leerlingen met Thomas gevoerd hadden, moet heel wat meer de revue gepasseerd zijn dan de opstanding alleen. Natuurlijk hebben de tien anderen getuigd van de Verrijzenis van Jezus. Maar daar hebben ze aan toegevoegd: wij hebben Jezus erváren als de Levende, ja, we hebben hem zelfs gezien! En nog een derde aspect - een heel belangrijk feit - hebben ze met Thomas gedeeld: Hij was niet zo maar Jezus van Nazareth, met wie we al die tijd opgetrokken hebbeen. Dat natuurlijk ook! Maar op een of andere manier hebben we gezien, ervaren, dat hij tot Héér is aangesteld. 

Het duizelt Thomas. Hij weet niet goed wat hij daarop moet zeggen. Hij tracht zijn verlegenheid weg te lachen met een pittige uitspraak. 'Als ik niet de wonden in zijn handen zie, en met mijn vingers kan voelen, en niet mijn hand in zijn zij kan leggen… zal ik dat allemaal zeker niet geloven!' 

Thomas is in dit verhaal - zo gezegd - onze tweelingbroer. Met hem moeten wij telkens opnieuw - gelovig - die overgang trachten te maken: we horen vertellen over de méns Jezus … en we belijden: 'mijn Heer'. 

Hoe heeft Thomas zelf die avond ervaren? Hoe verwoordt hij zijn beleving van deze avond? Nadat hij gezíén heeft, en wellicht de wonden van Jezus heeft betast, roept hij uit: 'mijn Heer en mijn God'. 

Dit woord van Thomas verdient een lange en eerbiedige meditatie van ons. Rabbijnen kunnen ons daarbij helpen zijn woorden op hun juiste waarde te schatten. Zijn uitroep bevat de twee verschillende namen voor de Eeuwige. Het woord 'Heer' verwijst naar de vier letters van de onuitsprekelijke Godsnaam JHWH. Die naam staat voor Gods Barmhartigheid. Het woord 'God' klinkt in het Hebreeuwse als Elohim – en die naam wijst naar Gerechtigheid. 

Vertaald, zegt Thomas dus: Mijn Heer, de Barmhartige, hij is tegelijkertijd ook mijn Rechtvaardige God. Wat hier gezegd werd over de Eeuwige, geldt volgens de uitroep van Thomas ook voor Jezus, Gods Zoon. 

Tegelijkertijd bevatten die woorden een opdracht voor iedere mens. Wij moeten leven, niet met barmhartigheid alleen, ook niet met rechtvaardigheid alleen, maar - hoe moeilijk ook - met die twee deugden samen. Want Barmhartigheid alleen schept chaos en het doet het slachtoffer vaak onrecht aan. Rechtvaardigheid alleen leidt - volgens een oud gezegde - tot het hoogste onrecht en verstikt alle leven. 

Zo heeft onze God zich ook gedragen: Volgens Genesis heeft God de wereld geschapen met Gerechtigheid (Elohim schiep immers de wereld), maar de aarde en de mensheid houdt alleen stand als barmhartigheid, genade, vergeving (van Adonai) blijvend een reële optie is. En dat geldt niet alleen voor de Eeuwige, maar ook voor iedere mens en voor heel onze samenleving. 

Mijn Heer, de Barmhartige - en - mijn God, de Rechtvaardige
Zo vat Thomas het gebeuren
van deze twee avonden
samen.
Gods rechtvaardigheid is barmhartig
en
Zijn barmhartigheid is rechtvaardig
Zo willen ook wij leven
Rechtvaardig én Barmhartig
Met: mijn Heer en mijn God. Amen

 

 

Amen

 

Copyright © 2017 RK Wageningen. Alle rechten voorbehouden.