RK Wageningen

Donderdag, 14 december 2017

Hoogfeest van Pasen jaar A 2017

Overweging pater Koenen 16 april 2017 1ste paasdag

Handelingen       10:34-44
Matteüs             28:01-10

Wageningen 2017

Lang voor het verhaal van het lege graf aan de evangeliën werd toegevoegd, geloofden de volgelingen van Jezus al in zijn opstanding. Van harte beleed men ook toen al: ‘Jezus lééft! Hij is de opgestane Heer’. Dat narratief van het lege graf was voor die belijdenis niet echt nodig. 

Daarom voelde iedere evangelist zich ook vrij om die geloofswaarheid over de opstanding in een verhaal te gieten, dat het beste paste bij de kleur van zijn evangelie. Zo lazen we vandaag de versie van Matteüs, het evangelie van dit kerkelijk jaar. 

Op het hoogfeest van Pasen verzamelt heel de christenheid zich immers rond het graf van Jezus. We doen dat - zoals Matteüs schrijft - om zijn laatste aardse rustplaats te schouwen…in ons op te nemen… om daar - samen met die twee moedige vrouwen - te mediteren over de opstanding. 

Hoe doen we dat eigenlijk: naar het graf gaan van een geliefd mens, die ons onlangs ontvallen is? Welke gedachten bezielen ons dan? Wat verwachten we daar te vinden? 

Is het niet om contact te maken… met het vreselijke, dat ons onlangs is overkomen? Iets, dat - oh zo moeilijk - in zijn verpletterende definitiefheid - tot ons door wil dringen? Dood is immers dood… We weten dat met ons verstand. Maar voor je gevoel…? Nooit meer samen, nooit meer elkaar zien, nooit meer met elkaar spreken, nooit meer een aanraking of een lieve omhelzing… 

We gaan er heen om onze beminde – die we zo graag nog veel langer in onze nabijheid hadden gezien - steeds definitiever bij te zetten. Ja, bijna had ik gezegd: op te sluiten in het rijk der doden. De zware grafsteen spreekt hier luider dan welk troostoord ook: laat alle hoop varen! 

Zo komen ook die twee vrouwen in het narratief van Matteüs bij het graf… met lege handen …weerloos…overmand door verdriet en teleurstelling. Er valt niets meer te doen, niets meer te regelen, alleen maar te wenen en te rouwen. Kortom, zij komen om afscheid te nemen… voor altijd. 

In het verhaal van Matteüs zijn er ook wachters bij het graf. Zij moeten er op toezien, dat het dode lichaam voor goed in het graf blijft. Want het moet toch niet gekker worden! Stel je voor, dat de volgelingen van die man gaan vertellen dat hij verrezen is! Dood is dood, dat is immers de enige zekerheid, die wij, mensen op aarde hebben! 

Maar dan... de aarde schudt en beeft... In de Schrift is een aardbeving vaak een teken dat hier de Eeuwige zelf in het geding is. Want het is alleen de Onuitsprekelijke, die graven kan openen ten leven. De Engel des Heren daalt af, komt naderbij, rolt de steen weg, en gaat er – bijna triomfantelijk – op zitten. 

De opstanding zelf wordt - ook hier - niet verhaald, maar de gestalte van de Engel roept wel het beeld van Jezus in herinnering. Hij lijkt als twee druppels water op de ‘Jezus van de berg Thabor’. De kleren, wit als sneeuw, zijn aanzien schitterend als de zon. Van schrik worden de wachters bij het zien van hem, lijkbleek… Zij zijn nu als dood. 

In deze angstige situatie, waarin de aardse logica op zijn kop staat en bovenaardse wijsheid doorbreekt, horen de vrouwen woorden van hemelse vrede spreken: wees niet bevreesd. Jullie zoeken Jezus, de gekruisigde. Hij is hier niet. 

Het kan iedereen overkomen op een kerkhof bij het graf van een geliefde: je weet het zeker, met heel je wezen voel je het: hij of zij, die ik zoek, is niet hier. Maar waar dan wel? Die vraag blijft maar hangen in je hoofd: lieve, waar ben je toch? Waar kan ik je vinden? 

Gezegend ben je als je dan op die vraag het antwoord hoort en als je - net als de vrouwen in het evangelie – dat antwoord kunt beamen. 

Ga naar jouw Galilea, zegt de boodschapper van het goede, onverwachte nieuws, daar zul je hem ervaren. Wat betekenen die woorden in het Paasverhaal? En wat voor onze eigen beleving? 

Voor het Paasverhaal versta ik dat zo: lieve vrouwen, ga terug in je herinnering, gedenk de tijd dat hij nog bij je was, herlees het evangelie. Je ontmoet je Heer als de Levende in de woorden van de Schrift. 

In je gebed, in de gemeenschap van je kerk, in de liefde van je omgeving zul je de zorgzame nabijheid ondervinden van de opgestane Heer. Hij, de Levende zal bij je zijn, hij zal ook jouw leidsman ten leven zijn. 

Zodra de vrouwen weg gaan van het graf blijken zij verlichte mensen geworden, opnieuw geboren, vervuld van heilige Geest. Onderweg, op hun levensweg vinden en ontmoeten zij dan ook Jezus zelf. Op hun Pasen zijn zij a.h.w. met Hem opgestaan. 

Dit alles wordt ons zo verteld, als belofte en als voorbeeld. Want dat goede nieuws geldt ook voor ons. Wij, die deze Paasboodschap gelovig beamen, wij die in de doop met Jezus gestorven zijn, wij én onze geliefden, zijn evenzeer als Jezus en als die vrouwen beleed met leven dat duurzaam is. 

Op Pasen staan bij wijze van spreken alle graven leeg. De gestorvenen zelf zijn in Gods hand. Of - maar dat is hetzelfde met andere woorden – op mystieke wijze zijn zij onder ons… in ons Galilea. Ons nabij, in het leven van alledag. 

Zó wensen wij elkaar vandaag van harte: een Zalig Pasen.

 

 

 

 

 

 

Copyright © 2017 RK Wageningen. Alle rechten voorbehouden.